Therapieën

 

 

Welke therapieën gebruikt de podotherapeut?

  • Zolen/inlay’s. Afhankelijk van de aandoening wordt voor de opbouw gekozen uit diverse elementen (zoals: correctie, drukverdeling, stimuleren). Daarnaast worden keuzes gemaakt uit diverse materialen, waarbij ook gekeken wordt naar het doel van het gebruik. Zo zullen zolen voor sporters veelal uit ander materiaal en/of een andere opbouw bestaan.
  • Orthesen. Dit zijn hulpmiddelen – meestal gemaakt van siliconen – om bijvoorbeeld de stand van de tenen te corrigeren of pijnlijke plekken op/tussen/onder de tenen of elders op de voet te ontlasten.
  • Orthonyxie. Dit wordt ook wel een ‘nagelbeugel’ genoemd. Deze nagelbeugel wordt gebruikt voor het aanpassen van de vorm van de nagel en/of het voorkomen van een ingegroeide nagel. Deze nagelbeugel bestaat uit hetzelfde materiaal als beugels die in de mond worden gebruikt en werkt volgens hetzelfde principe.
  • Instrumentele behandeling. Deze behandeling kan bestaan uit bijvoorbeeld het behandelen van een ingegroeide nagel of een pijnlijke likdoorn. Maar ook wondbehandeling bij risicopatiënten, zoals diabetes mellitus, reuma en vaatziektes.
  • Voorlopige therapieën. Hieronder wordt verstaan het toepassen van bijvoorbeeld drukontlastende viltbandages om een slijmbeursontsteking of een likdoorn drukvrij te leggen, maar ook tapeverbanden, zoals in het geval van hielspoor, peesontstekingen en gescheurde enkelbanden.
  • Schoenadviezen. Afhankelijk van de klacht kunnen schoenadviezen worden gegeven. Schoenen zijn een belangrijke factor bij het ontstaan en/of voorkomen van klachten.
  • Schoenaanpassingen. Er kunnen lichte schoenaanpassingen worden gedaan of er worden adviezen gegeven voor het laten aanpassen van (orthopedische) schoenen.